21 juni 2007 - Rotterdam - Schiphol

In de trein van Rotterdam naar Schiphol zat ik tegenover een paar mensen die naar Leiden op weg waren. Ze gingen op bezoek bij studenten om met elkaar een lang weekend te gaan drinken. Het waren zeer waarschijnlijk zelf ook studenten. Ik wilde hen vertellen dat ik op weg was naar Ghana. Ik wilde eigenlijk de hele trein vertellen dat ik op weg was naar Ghana, maar ik hield me in.
De telefoon ging, het was Johannes. Die wou me vast een goede reis wensen. Johannes is de assistent van Arnon. Hij regelt allerlei zaken waar Arnon zelf niet aan toe komt. Zoals de reisplanning van deze week. Hij en Henri, de accountant van Arnon, die tevens figureert in veel van zijn romans (maar onder andere namen), vormden de keuringscommissie. Timme en ik hadden weliswaar de uitnodiging gekregen om mee op reis te gaan, maar natuurlijk moest eerst nog worden vastgesteld of wij wel goed zouden functioneren. Dit is gebeurd in een reeks culinaire ontmoetingen die als zeer geslaagd mag worden beschouwd.
-Dag, Johannes, hoe is het?
-Met mij is het goed, en met jou?
-Uitstekend, ik heb er zin in en ik ben er helemaal klaar voor.
-Goed zo. Ik heb echter een vervelende mededeling. Arnon heeft het vlieguig in Stuttgart gemist. Hij zal morgen pas naar Schiphol komen, en dan proberen de vlucht naar Ghana te nemen. Als die niet is volgeboekt.
Dit nieuws bracht me niet van mijn stuk, ik bleef in de goede stemming waarin ik al verkeerde. Dat was in elk geval een goed teken. Ik sprak de hoop uit dat Johannes een ticket voor de vlucht van morgen zou kunnen boeken. Het was een tegenslag, maar geen ramp. De trein stopte opeens en stond een paar minuten stil. Via de intercom liet de machinist de reizigers weten dat hij wachtte voor een rood sein. Als hij wist waarom het sein op rood stond, zou hij het ons zeker mededelen, maar op dit moment had hij geen idee.
Enkele uniformen haastten zich door het gangpad. Uit hun mobilofonen hoorde ik een collega op afstand kond doen van de oorzaak: der is een springer bij Nieuw-Vennep maar dat is de andere kant op dus daar hebben wij geen last van.
-Dames en heren, we mogen verderrijden.
We reden verder.

De telefoon ging, het was Timme. Timme was vanaf de andere kant per trein op weg naar Schiphol. Hij stond ook stil. En hij bleef stilstaan. Uiteindelijk heeft hij een taxi genomen op nog op tijd op het vliegveld te geraken.


21 juni 2007 - Schiphol - Kotoka Airport

Ik had nog 1 uur de tijd om in te checken, het was nog 3 uur voor het vliegtuig zou vertrekken. Het was afwachten wanneer Timme zou verschijnen.
Ik had Tirza gelezen, en besloot om Jurgen Hofmeester na te doen. Af en toe zwaaide ik naar iemand, maar wanneer zo iemand zich voelde aangezwaaid, keek ik ietsje langs hem of haar heen en deed of ik naar iemand anders zwaaide. Mensen met een reisdoel, ze zien er vaak fascinerend uit, er staat een verhaal in hun ogen. Anders dan mensen met een doel in het leven, wat soms ook als reis wordt gezien. Die mensen zien er vaak heel saai uit.

Juist op het moment dat Timme arriveert, belt Johannes om te vragen of bij ons alles loopt zoals gepland - het lijkt wel afgesproken - zodat ik hem direkt gerust kan stellen. We checken in.
Je kunt tegenwoordig jezelf inchecken, wat erg handig is. Niet handig is dat je zomaar 27 rijen verwijderd bent van elkaar, ook al meld je je tegelijkertijd.
Door langdurige wisseltruc worden we alsnog naast elkaar geplaatst.

De vlucht was redelijk comfortabel en ik heb maar 3 keer tegen de stoel voor me geschopt. Ik heb een exotische aandoening die luistert naar de naam restless legs. Het kan geen kwaad, maar kan soms vervelend zijn. Mijn benen (en soms mijn armen) gaan uit zichzelf bewegen als ze te lang stil staan, liggen of zitten.
Ik had het schreeuwkind voor me liever nog wat vaker geschopt, maar ik wilde niet te veel opvallen. Toen Timme informeerde wat ik voor gekke bewegingen maakte, legde ik hem uit wat er aan de hand was, maar kennelijk sprak ik te snel. Ongelovig keer hij me aan en vroeg... Wrestler's legs??

Na landing werd er luid geapplaudiseerd. De laatste keer dat ik in een klapvliegtuig had gezeten, was zeker 15 jaar geleden geweest, op weg naar de ene of toch een andere Costa.
Er klonk nogmaals applaus. En nog een keer. Timme merkte op dat een goede landing kennelijk als uitzondering moet worden beschouwd.

In de terminal word ik gebeld door George. Hij is door allerlei bijgeluiden nauwelijks te verstaan, maar ik begrijp dat hij buiten op ons wacht. We zullen elkaar zodadelijk zien. Zodadelijk duurt iets langer, omdat de koffers nogal op zich laten wachten. Ik wissel honderd euro voor 3 centimeter cedi's. De valuta is zo gedevalueerd dat je de hoeveelheid het best in de dikte van de stapel kunt uitdrukken. [Overigens is in juli 2007 een nieuwe cedi in omloop gebracht: in feite heeft men er gewoon 3 nullen van afgehaald.]
Als zodadelijk dan eindelijk is gearriveerd, begeven we ons naar de uitgang. Honderden mensen hebben zich daar verzameld om geliefden, vrienden of familie op te halen. Op de een of andere manier weet George ons te vinden, en stelt hij ons voor aan zijn broer Anthony, en aan chauffeur Mike.
We dreigen even flauw te vallen door de warmte, maar de warmte is zo dik dat je er tegen aan kunt leunen en ons aldus op de been houdt. Het hotel is op nog geen 5 minuten rijden.


21 juni 2007 - Accra - Hotel

Lang leve de airconditioning, wat een prachtuitvinding. We staan wat te acclimatiseren als George ons aanmeldt, en aan de receptie uitlegt dat Arnon een dag later zal verschijnen.

Is er internet?
Ja, er is internet, op elke kamer, in het hele hotel.
Maar het werkt niet. Hoe kan dat?
Je moet het wel eerst bestellen.
Ah, juist, kunnen we het direkt bestellen?
Jazeker. Geen probleem.
Mooi. Doet u ons maar een portie internet alstublieft.
Komt in orde.

Dat internet, dat werkt volgens ons niet helemaal.
Jazeker, we hebben internet in het hele hotel.
Wij wilden internet en zitten al een tijdje klaar in ons surfpak, maar er gebeurt nog helemaal niets.
Dan moet u het eerst bestellen.
Wij hebben het reeds besteld, dat internet.
Heeft u al afgerekend?
Nee, wij dachten dat dat inclusief was.
Het is niet inclusief.
Dan zullen we eerst maar tot betaling overgaan.
Ja, dat moet eerst gebeuren.
Kan het ook op rekening?
Jazeker. Geen probleem.
Doet u het dan maar op rekening, dat internet.
Alstublief.
Dank u wel.

We schreven een korte eerste blog-entry, fristen ons op en begaven ons naar het restaurant. Een hapje eten zou ons zeker goed doen. George en Anthony zaten er al en we hadden de tijd om elkaar beter te leren kennen.
George is Ghanees van oorsprong maar woont nu al een jaar of 15 in Nederland. Hij werkt bij TNT. Via via was contact met hem gezocht om als gids dienst te doen voor deze reis. Hij was een paar dagen eerder geland.
Hij en zijn broer Anthony hadden veel contacten gelegd en zouden deze week veel deuren laten opengaan voor de beroemde schrijver-journalist Arnon Grunberg en zijn gevolg. Zonder hun inspanningen hadden we zeker niet zoveel kunnen doen en zoveel mensen kunnen spreken als nu het geval was. Ondanks alle voorbereidingen werd, noodgedwongen, toch nog een paar keer deze week het programma aangepast, niet in de laatste plaats omdat Arnon nu een dag later zou komen.
Timme en ik kregen beiden een fraai welkomsgeschenk, een hand- en voetgemaakte sjaal van Ghanese makelij, waar wij erg blij mee waren.

Ik denk zelf nooit aan presentjes en sta ook altijd weer met een mond vol tanden.
We spraken af om de volgende ochtend uiterlijk 08.30 uur klaar te staan om naar het parlementsgebouw gereden te worden.
-We moeten op tijd zijn, om 10 uur gaan de deuren dicht!
Dat prentten we ons goed in.

Op de kamer schreven we nog iets op het weblog. We dronken veel water uit flesjes. Natuurlijk kan je niet uit de kraan drinken, ook niet in een luxe hotel. Binnen een half uur was ik al 3 keer gestoken door een mug en besloot dat het zinloos was om de klamboe op te hangen. Die is de hele week in mijn koffer blijven zitten.
Ik wilde nog een sigaretje roken, maar vertrouwde de afstelling van de rookmelder niet. Ik belde naar de receptie voor informatie.
-Good evening, this is room 322. Can I smoke in the room? I see there is a smoke alarm.
-You caan.
-Eh...
(Voor de zekerheid vroeg ik verder...)
-You can? Or you can’t?
-You caaaan!
- … Eh, thank you.
De kamer stond in no-time blauw, maar het alarm is niet afgegeaan.

top