26 juni 2007 - Accra - NDC

Deze ochtend hebben we onder andere een afspraak met de Minister of Lands, Forestry & Mines. Dat belooft een interessante ontmoeting te worden. We kunnen de verhalen toetsen die we gisteren in Obuasi hebben gehoord. Om de beste indruk te wekken, scheren we niet, en nemen allemaal onze zwarte zonnebrillen mee. Dat zal hem afschrikken. We gaan hem eens flink door elkaar schudden.
Zo ver is het nog niet. Eerst ren ik nog achter een vogel aan die ik nog nooit gezien heb. Ook belangrijk.

De eerste afspraak is echter met iemand van de oppositie. Als we verschillende verhalen willen horen, doen we er goed aan mensen te interviewen die op verschillende plekken in de samenleving en politiek staan. En we doen er zeer goed aan uitgerekend deze meneer te spreken. Arnon opent de meeting met een algemene vraag om er even in te komen. Als vingeroefening, zeg maar. Dat was eigenlijk de enige vraag die nodig was om de General Secretary van de National Democratic Congress, Mr. Asiedu Nketiah, de rest van de ochtend te laten vertellen over de geschiedenis van Ghana.
Alles komt voorbij: Nkrumah, de onafhankelijkheid, opkomst en ondergang van de diverse kopstukken, een coupe, verworven vrijheden, oops! weer een coupe, afzetting, uitzetting en hier en daar een executie, de langzame stabilisering en verdere democratisering van het land. Na 5 kantjes volgeschreven te hebben krijg ik kramp. Asiedu is dan net warmgedraaid en weet van geen ophouden. Willen wij nog koffie? Ja, reken maar.

Af en toe werpen we nog een opmerking tussendoor (een halve vraag misschien, net als hij even ademhaalt), waarop het antwoord en de uitleg naadloos wordt verweven met de almaar doordenderende uiteenzetting. Wat een man. Hij zou geschiedenisleraar moeten worden. Misschien was hij dat vroeger ook, en heeft iemand tegen hem gezegd: Je zou in de politiek moeten gaan. We moeten ons, bijna 2 uur later, beheersen om geen staande ovatie te geven.
Aan het eind krijgen we nog de mededeling dat de NDC zeer zeker de volgende verkiezingen zou gaan winnen. Ik kan me inmiddels niet voorstellen dat dat niet zal gebeuren.


26 juni 2007 - Accra - NPP

Om bij te komen namen we een stevige lunch. Ik ging zelfs voor een tweede bord. Arnon zou me een tientje geven als ik nog een derde bord zou opscheppen. Ik ben ook maar een hoer, dus ik nam een derde bord. Zo, dat was snel verdiend. Op naar de volgende afspraak. Let's go to work.

Toen ik mijn werkgever een week voor de reis het programma liet zien, pakte hij het van mij aan, keek even, zette zijn bril op en keek nog een keer, ging zitten, las het helemaal door, zette zijn bril weer af, keek me bezorgd aan en zei: Ik dacht dat je op vakantie ging.

Vandaag was vakantie het laatste waar je aan dacht. Wij werden moeizaam ontvangen en aangekondigd op het kantoor van de reeds genoemde minister, en zijn rechterhand, de Technical Director (Mines) Mr. B.R. Yakubu, een gluiperd eerste klas.
-Schrijvers? Journalisten? Nederland? Afspraak? Wat is dat voor gedonder zeg, daar doen we niet aan mee.
Arnon en George namen het woord. Ze bleven beleefd, wat ik meteen al erg knap vond. George legde uit dat er een afspraak gemaakt was, en dat we... ja, dat we er nu dus zijn. Voor die afspraak. Dus.
-I don't know of any appointment. Do you have an appointment? With whom did you make an appointment? Show me. Show me. Where is that appointment? Do you have a letter of approval? Where is it?
Arnon greep in.
-Okay, het is duidelijk dat er iets niet goed is gegaan met de afspraak. Kunnen we desondanks toch misschien - als u wat tijd voor ons heeft - een kort interview houden? Zou dat mogelijk zijn?
-Wat wilt u dan vragen? Heeft u een vragenlijst?
-Een vragenlijst?
-Ja, een vragenlijst. Als je wat wilt gaan vragen heb je een vragenlijst. Show me!
-Nee, meneer, ik heb geen vragenlijst. Als ik een vraag stel en u antwoordt daarop, dan is mijn volgende vraag toch afhankelijk van uw antwoord. Van te voren weet ik niet wat uw antwoord zal zijn.
-Belachelijk. Geen vragenlijst. Wat wilt u vragen?
-Dat weet ik niet van te voren
-Dit kan zo geen doorgang vinden. U ondermijnt bij voorbaat het interview. (De man had Karl Rove gestudeerd. Of je 'pakt' de ander op zijn sterke punten, ofwel beschuldig je de ander van wat je zelf doet. In dit geval dus tactiek nummer 2)
Ik dacht: "Meneer, uw houding beantwoordt eigenlijk de meeste van onze vragen al", maar ik hield me gelukkig in.
De minister zelf kwam uit zijn kantoor om te zien wat voor betekenis dit rumoer had. Hij keek de kring rond en lachte schamper.
-In your country I suppose you just walk up to a minister and ask him questions? Well, neither do we. Good day.
Hij was weg voordat we konden zeggen dat het in ons land wel degelijk zo werkt. En ook voordat we konden zeggen dat het papier waar hij mee stond te zwaaien nu juist de bevestiging was van deze afspraak. De man had duidelijk geen zin om ons te woord te staan. Uiteindelijk hebben we toch nog 20 minuten met Mr. Yakubu mogen praten. In het oog sprong zijn desinteresse in alles wat de mijnexploitant die we gisteren spraken had bewerkstelligd. Het anti-malaria programma, de voorzichtige aanbouw van jong groen op plaatsen waar de mijnbouw voorbij was. Ook onbelangrijk was wat er na het verstrekken van een mijnbouwvergunning verder gebeurde met de exploitatie, de gelden, de vervuiling, de ontbossing. 50 jaar geleden was Ghana de trotse bezitter van 8 miljoen hectare regenwoud. Nu nog maar 1 miljoen. Het deed hem niets.
De verkiezingen volgend jaar, dàt was belangrijk. Kufuor had twee termijnen gediend, nu waren alle partijleden in de race voor het presidentsschap. Als je een steekje liet vallen, kon je dat ambt wel op je buik schrijven. Het is triest maar duidelijk waar de zittende regering haar prioriteiten legt.


26 juni 2007 - Accra - Perscentrum

Hoera, we hadden afspraak met iemand van het Ghanese leger. We keken er naar uit. Vooral ook omdat deze afspraak al zo lang van te voren was gemaakt en vaststond dat er zeker niets mee mis zou kunnen gaan.
Op weg er naartoe belt Anthony om ons alvast aan te kondigen. Tot zijn verbazing blijkt er geen tijd voor ons te zijn vrijgemaakt. Inmiddels zijn we gearriveerd en wachten we op een parkeerterrein, terwijl Anthony naar binnen gaat om een en ander duidelijk te krijgen. De bureaucratie viert hoogtij. Ergens in de lange lijn van goedkeuren en bevestigen van de afspraak - de bevestiging moet natuurlijk worden goedgekeurd en door iemand anders bevestigd, waarna bevestiging van de goedkeuring volgt, zodat goedkeuring kan worden bevestigd, mits iedereen daar tussenin zijn handtekening heeft gezet - ontbrak een schakel. Wij begrepen natuurlijk wel dat we dus niet zomaar konden binnenstappen om met iemand te praten.
Ja, we begonnen dat inderdaad steeds beter te begrijpen.

Niet getreurd. Op naar het Perscentrum. Mr. Bright & Mr. Monney hebben eigenlijk geen tijd voor ons, maar staan ons toch te woord. Aha!! Zo kan het dus ook.
Het stel gedraagt zich als een komisch duo. Mr. Bright beantwoord al onze vragen, waarna als in een close harmony-koortje Mr. Monney van elke derde zin de laatste twee woorden herhaald. Als je de loodgieters uit Terry Gilliams Brazil hebt gezien, weet je precies wat ik bedoel. Ons bekruipt het gevoel dat Mr. Bright denkt dat we een stel stomme buitenlanders zijn.
Daar heeft hij natuurlijk gelijk in, maar dan wel een stel stomme buitenlanders die hun huiswerk hebben gedaan. Hij maakt de fout wat statistieken over persvrijheid op tafel te gooien, dezelfde die ik zelf al had bestudeerd in de voorbereidingen op de reis. Ik haal hem onderuit en hij weet dat hij op zijn woorden moet passen. Hij past zelfs zo goed op zijn woorden dat hij op zijn horloge kijkt en zegt nu echt weg te moeten. Maar of wij vooral morgen willen terugkomen. Dat beloven we.

Anthony analyseert de gesprekken van vandaag.


26 juni 2007 - Accra - Diner

Opnieuw eten we buiten de deur. Arnon verklaart van zijn leven nog niet binnenshuis gegeten te hebben, wat hem prima bevalt en ons niet minder.
Vanaf vanmiddag, zo heeft Arnon besloten, zijn Timme en ik niet langer zijn assistenten maar zijn zwijnen, zijn slaven. Ook dat bevalt ons prima, en in die gelukzalige wetenschap begeven wij ons ter tafel in een nabijgelegen hotel.
Enige dagen geleden had ik met Timme in een wedstrijd handjedrukken gelijk gespeeld, nu speelt hij gelijk tegen Arnon. We zijn allen aan elkaar gewaagd.
We genieten van een uitstekende maaltijd, vooral de ananas toe is subliem. Zachter kan niet. Maar er zijn ook dingen die je beter niet kunt bestellen. De wijn bijvoorbeeld.

Arnon: Good evening, what wine do you have?
Waiter: Red and white.
Arnon (van zijn a propos): Eh... you have red wine... can I see the bottle?
Waiter: Sorry?
Arnon: The bottle. Can I see the bottle?
Waiter: Erh... one moment, please.
Even later zien we de ober van achter de tap, half in de koelkast, half naar ons zwaaiend. Hij houdt een kartonnen vijf-liter pak omhoog van zijn finest local.
Arnon: I have changed my mind, I would like a beer, please.

Arnon had mij eerder vandaag al omgekocht voor een tientje. Nu ging hij verder. Hij bood me 20 euro als ik Timme's nieuwe laptop per ongeluk uit het raam zou gooien. Zijn hekel aan alles wat geen Apple was ging erg ver.
Ik dacht even na en vroeg Timme wat hij er voor over had als ik dat niet zou doen en kon zo 30 euro verdienen. Met dit nieuws klopte ik Arnon 40 euro uit de zak.
Ik had die avond erg rijk kunnen worden, maar er waren belangrijkere zaken aan de orde. Een tafel verderop zaten twee dames die volgens Arnon hard toe waren aan wat gezelschap. Ik beloofde die te verschaffen mits Arnon mij het hoofdonderwerp zou maken van zijn blog morgen, wat hij niet helemaal deed. Maar misschien was ik ook niet helemaal geslaagd in mijn opdracht.
Dame 1 heette Ama, wat 'Zaterdag' betekende. Een Ashanti naam, gokte ik in het wilde weg. Dat klopte, ze zat onmiddellijk recht. Ik vertelde over ons bezoek aan Obuasi in het Ashanti Kingdom, waar we de goudmijn hadden bezocht, maar het kon haar niet boeien.
Telefoonnummers uitwisselen dan? Ja, dat was meer in haar straatje.
De naam van dame 2 is me ontschoten. Dame 2 zei niet zo veel maar giechelde des te meer. We vertelden wie we waren en waarom we in Ghana waren, onze bezoeken, de journalist uithangen. Het giechelen werd luider. Ik had het idee dat ze ons niet geloofden. We hadden de hele dag al zulke serieuze gezichten gezien dat dit een verfrissende afwisseling was. We beloofden hen de volgende dag uit te nodigen om mee uit eten te gaan, maar hielden geen woord.

Arnon Office was die avond nog wel laat open. We hadden veel te schrijven en bovendien was het de laatste avond voor de laatste avond.

arnons blog

top